Belastingwetgeving
belangrijke wijzigingen toegelicht

Toegelicht

Het kabinet heeft het voornemen om een aantal wijzigingen in de belastingwetgeving door te voeren. Hieronder vindt u een selectie uit de voorstellen.

Wet excessief lenen bij eigen BV

Het wetsvoorstel Excessief lenen bij eigen vennootschap maakt geen onderdeel uit van het Pakket Belastingplan 2020 maar is nu aangekondigd voor het najaar 2019. Aandeelhouders met een belang van 5% of meer in een BV vallen in beginsel box 2 voor de inkomstenbelasting. Indien deze aandeelhouders bovenmatig geld lenen bij hun eigen BV, dan moeten zij vanaf 2022 belasting betalen over deze schulden voor zover de schuld boven een bedrag van € 500.000 euro uit komt. Leent een ab-houder meer dan 500.000 euro van de eigen bv(‘s) dan wordt het meerdere vanaf 2022 per jaareinde bij de ab-houder belast alsof het een dividenduitkering is, met 26,9 procent inkomstenbelasting (box 2-tarief vanaf 2021). Eigenwoningschulden vallen hier niet onder.

Letselschadevergoedingen niet langer belast

Kunnen letselschadevergoedingen buiten box 3 (de vermogensbelasting) worden gehouden en op welke wijze kan dat? De uitkomst van het onderzoek hiernaar wordt naar verwachting op Prinsjesdag bekend gemaakt.

In een motie van de Tweede Kamer is het kabinet gevraagd om onderzoek te doen naar letselschadevergoedingen in box 3 van de inkomstenbelasting. Daarbij is ook gevraagd of letselschadevergoedingen kunnen worden vrijgesteld in box 3. Het kabinet heeft toegezegd dat nader te zullen onderzoeken.

Aftrek wegens geen of geringe eigenwoningschuld

Vanaf 1 januari 2019 wordt de aftrek wegens geen of geringe eigenwoningschuld (de Hillen-regeling) afgebouwd. De aftrek wordt jaarlijks met 3,33% verlaagd. In 2020 kunt u 93,33% van het verschil tussen de voordelen uit eigen woning en de aftrekbare kosten voor uw eigen woning aftrekken. In 2019 was dit 96,667%.

Aanpassing hogere bijtelling elektrische auto

De bijtelling voor nieuwe elektrische auto’s verdubbelt in 2020 naar 8% over de eerste € 45.000 van de cataloguswaarde. De bijtelling wordt vervolgens verhoogd naar 12% over de eerste € 40.000 van de cataloguswaarde in 2021, 16% in 2022 en 17% in 2025. Vanaf 2026 geldt voor een elektrische auto voor de gehele cataloguswaarde een bijtelling van 22% gelijk aan een conventionele auto.

De kleine ondernemersregeling (KOR) verandert op 1 januari 2020

Met ingang van 1 januari 2020 zal de KOR-regeling veranderen. Dan wordt er niet langer berekend op basis van het btw-bedrag, maar de hoogte van de omzet die met BTW belast is. Tot een belastbare omzet van € 20.000, - euro per jaar hoeft er geen BTW meer afgedragen te worden, maar er kan ook geen BTW teruggevorderd worden. Dit geldt ook voor bedrijven die halverwege het jaar starten. De KOR wordt niet alleen een regeling voor kleine zelfstandigen of vof-ondernemingen, ook Bv’s en Stichtingen kunnen hier gebruik van maken. Om met ingang van 1 januari 2020 gebruik te kunnen maken van de nieuwe KOR is aanmelden voor 19 november 2019 noodzakelijk.

Verhoging tarief box 2

Het tarief in box 2 wordt met 1,25% verhoogd. In 2020 is het tarief 26,25% (2019: 25%). Het verdient overweging om in 2019 eventueel nog dividend uit te keren tegen het tarief van 25%. Wel moet goed beoordeeld worden wat eventuele gevolgen zijn van het uitkeren van dividend op bijvoorbeeld toeslagen en/ of overige regelingen.


Aftrekposten

Bepaalde aftrekposten in de inkomstenbelasting worden in 2020 aftrekbaar tegen maximaal 46 procent, gelijk aan het hypotheekrenteaftrektarief. Het gaat om aftrek van onderhoudsverplichtingen (alimentatie), aftrek van uitgaven voor specifieke zorgkosten, aftrek van weekenduitgaven voor gehandicapten, aftrek van scholingsuitgaven, giftenaftrek, ondernemersaftrek (zelfstandigenaftrek, aftrek speur- en ontwikkelingswerk, meewerkaftrek, startersaftrek bij arbeidsongeschiktheid, stakingsaftrek), MKB-winstvrijstelling en de terbeschikkingstellingsvrijstelling.

Algemene heffingskorting

De maximale algemene heffingskorting wordt additioneel verhoogd en bouwt vanaf een inkomen van 20.711 euro stapsgewijs sneller af. De maximale algemene heffingskorting bedraagt in 2020 2.711 euro en in 2021 2.801 euro (in 2019 2.477 euro).

Vrije ruimte werkkostenregeling

Voor de eerste € 400.000 van de loonsom wordt het werkkostenbudget (de zogenaamde vrije ruimte) verhoogd naar 1,7%. Voor het resterende bedrag van de loonsom geldt nog steeds het werkkostenforfait van 1,2%.

Aanpassingen BPM

De heffingsgrondslag van de BPM wijzigt. Per 1 juli 2020 worden de BPM-tarieven gebaseerd op de WLTP-testmethode. Deze nieuwe methode stelt gemiddeld een hogere CO2-uitstoot vast dan de nu nog gebruikte NEDC-testmethode. Een hogere CO2-uitstoot betekent ook een hogere BPM. Om dit te compenseren zullen de BPM-tarieven en de CO2-schijflengtes worden aangepast. De aanpassingen in de BPM worden meegenomen in het wetsvoorstel ‘Overige fiscale maatregelen 2020’.

Eigenwoningforfait

Het eigenwoningforfait voor woningen van meer dan 75.000 euro wordt verlaagd naar 0,6 procent van de WOZ-waarde. Tot en met 2023 wordt het eigenwoningforfait stapsgewijs verlaagd naar 0,45 procent. Het eigenwoningforfait voor woningen van meer dan 1.080.000 euro blijft 2,35 procent.

Aftrekbeperking hypotheekrenteaftrek eigen woning – versnelde afbouw

Sinds 2014 wordt het fiscale voordeel van de hypotheekrenteaftrek geleidelijk verlaagd met 0,5% per jaar. In 2019 is de hypotheekrente aftrekbaar tegen 49%. Maar deze afbouw wordt vanaf 2020 versneld met 3% per jaar in plaats van 0,5% per jaar. In 2020 kan daarom de hypotheekrente nog tegen 46% worden afgetrokken in plaats van tegen 48,5%. De afbouw gaat door tot 37,05% in 2023.

Overgangsrecht 30%-regeling

Heeft u buitenlandse werknemers in dienst en maakt u gebruik van de 30%-regeling? In 2019 is de looptijd van de 30%-regeling verkort van maximaal acht jaar naar maximaal vijf jaar. Het maximum van vijf jaar geldt ook voor het vergoeden van de werkelijke extraterritoriale kosten en de keuze voor deels buitenlandse belastingplicht. Voor bestaande gevallen is er echter overgangsrecht. De wijzigingen gelden dan pas met ingang van 1 januari 2021.

Mogelijke aanpassing bijtelling voor ‘youngtimers’

Als een werknemer of ondernemer een auto van de zaak voor privédoeleinden gebruikt, moet hij bijtelling betalen. In het geval van youngtimers (auto’s ouder dan 15 jaar) geldt de economische waarde als grondslag voor de bijtelling van 35%. De economische waarde is vaak lager dan de cataloguswaarde die wordt gebruikt voor de berekening van de bijtelling bij nieuwe auto’s. Als de yountimerregeling de aankoop van youngtimers (te veel) stimuleert, wordt de regeling mogelijk aangepast of afgeschaft.

Verlaging tarieven inkomstenbelasting

Het kabinet verandert het systeem van de inkomstenbelasting. Er komt een tweeschijvenstelsel. De tarieven in de tweede en derde schijf worden stapsgewijs in de periode 2019 tot 2021 gelijkgetrokken. Voor inkomens tot € 68.507 geldt in 2021 het basistarief van 37,05% en een toptarief van 49,50% voor het inkomen daarboven. Het nieuwe systeem zal voor de meeste Nederlanders in de praktijk een belastingverlaging opleveren.

Geen belasting meer in box 3 voor 1,35 miljoen spaarders

In een nieuwsbericht van de overheid is aangekondigd dat spaargeld tot € 440.000 vanaf 1 januari 2022 waarschijnlijk per saldo niet meer wordt belast. Daarvan profiteren straks ca. 1,35 miljoen mensen met alleen spaargeld. Nu betalen nog 2,9 miljoen mensen deze belasting. De aankondiging houdt ook in dat beleggingen in veel gevallen iets zwaarder belast gaan worden.

Voorgaande houdt tevens in dat straks voor het eerst wordt gerekend met de werkelijke verhouding tussen spaargeld, beleggingen en schulden van de belastingplichtige. De hoeveelheid spaargeld zou een vooraf vastgestelde forfaitaire rente opleveren, die zoveel mogelijk aansluit bij de werkelijke spaarrente. Die forfaitaire rente wordt dan tegen een tarief van 33 procent belast. Een en ander moet nog worden vastgesteld in een wetsvoorstel.


Arbeidskorting

De arbeidskorting wordt vanaf 2020 in drie stappen verhoogd. Hiervan profiteren zowel zelfstandigen als werknemers. De maximale arbeidskorting bedraagt in 2020 3.819 euro.

Werkkostenregeling

De Verklaring Omtrent Gedrag (VOG) komt niet meer ten laste van de vrije ruimte, de wijze van waardebepaling van producten uit eigen bedrijf wordt aangepast en werkgevers krijgen meer tijd om de eindheffing voor de werkkostenregeling vast te stellen.

Pensioen in eigen beheer

Het overgangsregime om pensioen in eigen beheer uit te faseren loopt in 2019 af. Dit jaar kan het pensioen nog tegen de fiscale voorziening worden afgekocht met een korting van 19,5%, of – zonder fiscale of financiële gevolgen – worden omgezet in een Oudedagsvoorziening. Er is eventueel toestemming nodig van een (ex)partner voor deze omzetting.